• De Wijze Vrouw

Blog 2 - Onstoffelijk ouderschap

Tijd is geen graadmeter voor liefde. De mate van verdriet die iemand ervaart bij het verliezen van een dierbare wordt dan ook niet zozeer bepaald door hoe lang de verbinding heeft geduurd, maar veel meer door hoe diepgaand de verbinding is ervaren. Zo ook bij ouders van ongeboren kinderen. Een mooie term hiervoor is ‘onstoffelijk ouderschap’: moeder of vader zijn van een kind dat wel aan een zwangerschap begonnen is, maar uiteindelijk weer gestorven is voordat het (levend) geboren kon worden. Een onstoffelijk kindje dus. Het kan hierbij zowel gaan om kindjes van wie het lichaampje is overleden en weer opgenomen in het lichaam van de moeder, of van wie het dode lichaampje wel ‘geboren’ is, via een miskraam of een doodgeboorte.

Ik richt me hierna even op de moeders, omdat zij degenen zijn die de kinderen dragen en het leven in hun lichaam voelen komen en ook weer voelen vertrekken. Ik vergeet daarbij echter geenszins de vaders, want ik weet dat er veel fantastische mannen zijn die in staat zijn zich diepgaand met hun kind te verbinden, ook als het nog niet geboren is.

Veel vrouwen zijn, zeker bij een tweede of volgende zwangerschap, voldoende afgestemd op hun lichaam dat ze al weten en voelen dat ze in verwachting zijn nog voordat het met een test bevestigd kan worden. Sommigen voelen zelfs het moment van conceptie al. Vanaf het moment dat je het leven in je lichaam voelt ontstaan, of dat nu al bij de conceptie is of later, kun je je dus ook al gaan hechten aan dat wezentje dat in jou groeit. Voor sommige moeders groeit de verbinding geleidelijk aan, terwijl het wezentje in hun buik ook groeit. Bij anderen komt de verbinding pas echt tot stand vanaf het moment dat ze de baby daadwerkelijk voelen bewegen, of nog later wanneer het kindje eenmaal geboren is. Maar er zijn ook moeders die terstond, vanaf het allereerste moment, volledig en onvoorwaardelijk gehecht zijn aan dat zieltje in hun buik. Als dat kind uiteindelijk nooit geboren wordt, ben je dan geen moeder? Of geen vader? Ben je het wel als het kindje rondom de geboorte of kort daarna sterft, maar niet als het in de achtste maand van de zwangerschap overlijdt? En wat als het in de zesde maand overlijdt? Of in de derde? Wat als het na zes weken overlijdt? Of al na twee, omdat de innesteling niet gelukt is? Een vrouw die de conceptie gevoeld heeft, heeft tegen die tijd dan wel al twee weken lang dat leventje in zich gevoeld, zich er mogelijk aan gehecht, en moet vervolgens ondergaan dat het weer vertrekt. Haar hoop zien wegvloeien in een grote plas bloed.

Tijd is geen graadmeter voor liefde. Zeg dus alsjeblieft nooit tegen mensen die een (hele) vroege miskraam hebben meegemaakt: ‘Nou ja, gelukkig was het pas vijf weken’, of iets in die geest. Zij alleen weten hoe diepgaand de verbinding al was, en dus hoe diepgaand de pijn van het verlies is. Respecteer die pijn. Gun mensen de ruimte voor hun rouw. En alsjeblieft, ga ook geen oordeel vellen over hoe lang die rouw dan wel of niet zou moeten duren. Als iemand dermate in beslag genomen wordt door rouw dat het levensbeperkend wordt, is het natuurlijk goed als zo iemand hulp krijgt. Maar dan bedoel ik ook: hulp. En niet: oordeel. Zelfs met hulp kan een verlies, of het nu van een kind of een andere dierbare is, zo ingrijpend zijn dat iemand er nog jaren of zelfs een leven lang rouw van kan blijven voelen, ook al is die persoon – al dan niet met hulp – erin geslaagd om de draad weer op te pakken en vreugdevol verder te leven. Compassie is hier het antwoord, zoals eigenlijk bij alles.


---------


11 views0 comments

Recent Posts

See All